At last, after roughly two years, the EU Directive 2016/943 (hereinafter: The Directive) of 8 July 2016 has finally been transposed by the long-awaited Belgian Law of 30 July 2018 on the Protection of Trade Secrets (hereinafter: The Law) that entered into force on 24 August 2018.

The Law brings clarity, among other things, by giving a legal definition of “trade secrets” and provides useful mechanisms that allow more effective enforcement of the right to the protection of trade secrets.

Considering that The Law is in large part a copy/paste-exercise from The Directive, we first recollect the main objectives and principles of The Directive. 

Op 1 juni 2018 werden de wijzigingen[1] aan het Benelux-Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (BVIE), zoals aangenomen in 2014, van kracht. Vanaf 1 juni werden nieuwe bevoegdheden toegekend, zowel aan het Benelux Gerechtshof (BenGH) (1) als aan het Benelux-Bureau van de Intellectuele Eigendom (BBIE) (2). Daarenboven is er een nieuwe grond voor oppositie – die momenteel reeds beschikbaar is voor opposanten van EU merken – beschikbaar (3). De implementatie van de tweede EU harmonisatie richtlijn is op koers, maar nog niet van kracht.

In its judgment dated 7 December 2017 (case C-329/16), the Court of Justice of the European Union (CJEU) considered that software, of which at least one of the functions makes it possible to use patient-specific data for the purposes, inter alia, of detecting contraindications, drug interactions and excessive doses, is, in respect of that function, a medical device within the meaning of the Directive 93/42/EEC concerning medical devices (MDD).

In Le Soir of 27 July 2017, Philippe Campolini and Gaëtan Goossens comment on the implications of Data Protection Law and the upcoming GDPR when the manufacturers of electronic home appliances intend to sell the data collected through these devices to companies like Amazon, Google or Apple, to enable them to personalize shopping offers.

Introduction

A few years ago, many were shocked by the news that thousands of women across the world suffered harm caused by wrongly manufactured breast implants. For several years a French manufacturer had used industrial silicone instead of medical grade silicone to produce breast implants, in violation of the approval that had been issued by the notified body. Furthermore, a BBC investigation revealed that hundreds of thousands of individuals across the world could have been exposed to dangerously high levels of toxic metals from failing hip implants.

These revelations were some of the reasons why the European Commission issued, on 26 September 2012, two new regulation proposals to replace the three existing medical devices directives. One of the proposed regulations concerned in vitro diagnostic medical devices only, while the other one related to all other sorts of medical devices. These proposals marked the beginning of a long legislative process that led to the renewal of the regulatory framework on medical devices.

On 5 April 2017, the regulation on medical devices (hereinafter “MDR”) and the regulation on in vitro diagnostic medical devices (hereinafter “IVDR”) were adopted. They were published on 5 May 2017 and entered into force on 25 May 2017. The MDR will apply from 26 May 2020 and the IVDR from 26 May 2022.

Curing rules on parallel import of pharmaceuticals?

CJEU and Belgian Supreme Court on the interaction between free movement of goods and trademark rights


On November 7, 2016 the Belgian Supreme Court (Cour de cassation – Hof van cassatie) gave judgment in two cases regarding the repackaging of pharmaceuticals, wherein it ruled in favour of the parallel importer with respect to the exhaustion of trademark rights principle. Simont Braun represented with success the defendant in these two cases.


Just three days later, on November 10, 2016, the CJEU gave a preliminary ruling on a question submitted by a Danish court in a similar case.

All three cases dealt with the issue whether a trademark owner can oppose the parallel import of trademarked pharmaceuticals of which the packaging format has been modified.

The Belgian proceedings concerned the medicine ‘Cozaar’, containing the active component ‘Losartan’ in a dose of 50 milligram in one case and a dose of 100 milligram in the other case, both manufactured by Merck and imported by Pi Pharma into Belgium from Poland. In both proceedings Pi Pharma bought the most common Polish packaging format of 28 tablets and repackaged these in formats of 98 tablets for the Belgian market.

EUROPEAN PATENTS IN BELGIUM – Late filing of a translation –

New special restoration procedure with retroactive effect –

Deadline: 05 January 2017

In a previous news, we commented on the special restoration procedure that was instituted by the Belgian legislator in favour of European patent holders that had forfeited their rights because the translation of their patent was filed too late with the Belgian IP Office (OPRI). Amongst other things, we noted in our previous news that this special restoration procedure, only available for a one-off period of six months ending on 22 March 2015, was only open (under certain conditions) to European patents that had been subject to an opposition or a central limitation procedure. We commented on that limitation by saying that this requirement “might be viewed as a form of discrimination that the Constitutional Court could judge contrary to the equality rule, combined with the respect due to the right of property.” We concluded as follows:

“Although the law only refers to European patents “maintained as modified or limited”, we believe that it should also be possible to file a special restoration application for patents issued without opposition or limitation. If the OPRI were to refuse to grant restoration and that decision were appealed against, it can doubtlessly be expected that a reference would be made to the Constitutional Court for a preliminary ruling.”

Our analysis was confirmed by a judgment of March 2015 by the Brussels Court of Appeal. As a consequence, and to avoid any further problems, the Belgian legislator recently instituted a new special restoration procedure. This time the procedure is also open to European patents that were not subject to opposition or limitation procedures and that could therefore not benefit from the initial special restoration procedure.

What are the requirements for being able to use this new special restoration procedure?

-        The date of grant of the European patent cannot be later than 21 September 2014;

-        The patent owner had no access to any of the other restoration procedures instituted by the Belgian legislator (i.e. the “normal” restoration procedure in case of translations filed with delay or the first special restoration procedure ending on 22 march 2015) ;

-        A translation of the patent has been filed, but too late;

-        The request for this new special restoration is filed before 5 January 2017.

If you think one of your European patents, or one of your client’s European patents, could be in this situation, you should urgently consider to file a request for restoration with the Belgian IP Office. We are at your disposal should you need any further information on the above.

Fernand de Visscher           Eric De Gryse         Philippe Campolini

 

Vanaf 1 januari 2017 hoeft er niet langer een vertaling bij de Belgische Dienst voor de Intellectuele Eigendom (DIE) te worden ingediend voor Europese octrooien die in het Engels zijn verleend.

Opgelet: dit nieuwe regime is enkel van toepassing op Europese octrooien waarvan de melding van de verlening of van de handhaving, in gewijzigde of gelimiteerde vorm, zullen gepubliceerd worden vanaf 1 januari 2017.

Als de melding wordt gepubliceerd vóór die datum, is de indiening van een vertaling van het Europees octrooi nog steeds vereist.

Zie hier de brief van de DIE van 30 september 2016.

F. de Visscher, E. De Gryse en Ph. Campolini

 

Zowel in België als in Frankrijk streden velen al geruime tijd voor de invoering van een auteursrechtelijke uitzondering die de reproductie en mededeling aan het publiek toelaat van werken die zich permanent op openbare plaatsen bevinden (de zogenaamde « panorama-exceptie »). Samen met Frankrijk, Luxemburg, Italië en Griekenland was België één van de weinige EU-lidstaten die een dergelijke uitzondering niet in het auteursrecht had voorzien.

In Duitsland kent men de «Panoramafreiheit» al sinds 1876. Er is eveneens een gelijkaardige uitzondering in het Verenigd Koninkrijk, geïntroduceerd door de Copyright, Designs and Patents Act van 1988, die zelfs betrekking heeft op de binnenzijde van openbare gebouwen. Uiteindelijk creëerde richtlijn 2001/29 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, in 2001 de mogelijkheid om uitzonderingen bij de vermogensrechten te voorzien indien het gaat om « het gebruik van werken, zoals werken van architectuur of beeldhouwwerken, gemaakt om permanent in openbare plaatsen te worden ondergebracht» (artikel 5.3, h van de richtlijn).

Na menige controverse en debatten, besloot het Franse Assemblée Nationale op 21 januari 2016, zich bij de vele lidstaten, die de uitzondering reeds kenden, te voegen door een bepaling betreffende de vrijheid van panorama, weliswaar beperkt tot «niet-lucratieve doelen», in te voegen.

De panorama uitzondering kent duidelijk vele verschillende varianten. Diegene die uiteindelijk in België werd ingevoerd door de wet van 5 juli 2016 machtigt "de reproductie en mededeling aan het publiek van beeldende, grafische en bouwkundige werken, die zijn gemaakt om permanent in openbare plaatsen te worden geplaatst, indien de reproductie gebeurt van het werk zoals het zich aldaar bevindt en wanneer die reproductie geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk en geen onredelijke schade wordt berokkend aan de wettige belangen van de auteur". De voorbereidende werken stellen dat het begrip «openbare plaatsen» geen betrekking heeft op gebouwen die niet permanent voor het publiek open zijn. Zij voegen daar verder aan toe dat het werk moet worden gereproduceerd «zoals het zich aldaar bevindt», dat wil zeggen «in de openbare ruimte». Deze verduidelijkingen lijken de deur te sluiten voor bepaalde bewerkingen, zoals bijvoorbeeld de realisatie van fotomontages die het gefotografeerde gebouw bevatten.
Na goedkeuring, rees de vraag of men het Franse model diende te volgen en of het gebruik die een direct of indirect commercieel oogmerk voor ogen heeft, zodoende diende te worden uitgesloten. Men zou bijvoorbeeld kunnen denken aan de verkoop van ansichtkaarten, die een foto van het auteursrechtelijk beschermde werk bevatten. Er werd een amendement in deze richting voorgesteld, maar deze werd afgewezen met als argument dat de verduidelijking overbodig zou zijn: de garantie dat de reproductie of mededeling aan het publiek geen afbreuk doet aan de normale exploitatie van het werk en geen onredelijke schade berokkend aan de wettige belangen van de auteur, zou volstaan om dergelijke commerciële toepassingen te verbieden. In realiteit stemmen deze voorwaarden overeen met het tweede en derde criterium in de algemene regel bij de uitzonderingen van het auteursrecht, de zogenoemde triple test (zie artikel 5.5 van de richtlijn).

Wat zijn nu de praktische gevolgen naar Belgisch recht van deze uitzondering en wat zal er veranderen? Geïnspireerd door een uitdrukking van Rémi Mathis in een artikel in Le Monde (http://www.lemonde.fr/idees/article/2011/09/27/rendre-aux-francais-leur-paysage-architectural_1578046_3232.html) kunnen we stellen dat de uitzondering «de Belgen hun  architecturaal landschap zal teruggeven».

Tot verbazing van sommigen, was het namelijk vóór de invoering van de vrijheid van panorama, verboden om een foto, waarvan het centrale thema een werk in een openbare plaats was en beschermd werd door het auteursrecht, te reproduceren of te mededelen aan het publiek. Het bleef noodzakelijk, bijvoorbeeld, om toestemming te vragen van de architect of zijn begunstigden om een foto van het Atomium op het internet te kunnen publiceren.

Niettemin, was de reproductie van dergelijke werken niet in alle omstandigheden verboden. Indien het voor private doeleinden werd gemaakt, werd zij toegestaan. Toeristen konden dan ook vrij foto's van het Atomium nemen, voor zover deze later niet werden gepubliceerd. Bovendien, kende onze wet reeds een uitzondering voor de reproductie en de mededeling aan het publiek van een werk, die werd vertoond in een plaats toegankelijk voor het publiek, op voorwaarde dat het doel van de reproductie of mededeling niet het werk zelf betrof. Dit vereiste dat het auteursrechtelijk beschermde werk niet het belangrijkste onderwerp van de foto uitmaakte. Een foto van een koppel, die op de achtergrond het Atomium reproduceerde, kon in principe legaal op het internet worden geplaatst.

Met de introductie van de vrijheid van panorama, is het nu mogelijk om alle werken van beeldende, grafisch of architectonische kunst, bedoeld om permanent in openbare plaatsen te worden geplaatst, te fotograferen, zelfs indien het onderwerp van de foto het desbetreffende werk zelf is, en vervolgens deze foto’s te verspreiden zonder toestemming van de auteur van het werk. Er moet echter aandacht worden besteed aan de beperkingen die mogelijkerwijs aan deze uitzondering verbonden zijn. Het werk moet inderdaad worden gereproduceerd of meegedeeld aan het publiek zoals het zich in de openbare ruimte bevindt. Bovendien mag de reproductie of de mededeling geen invloed hebben op de normale exploitatie van het werk, noch mag er onredelijke schade wordt berokkend aan de wettige belangen van de auteur.


Jochen Baes    Philippe Campolini    Fernand de Visscher

PDF versie : pdfNEWS_nl.pdf