De wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 29 juli 2026, brengt een van de meest ingrijpende hervormingen van de personenbelasting van de voorbije jaren. De wetgever verlaagt de belasting op arbeid, maakt werken aantrekkelijker, ondersteunt zelfstandigen en ondernemers, hervormt een aantal bestaande fiscale voordelen en vereenvoudigt bepaalde regelingen.
Niet alle maatregelen treden op hetzelfde moment in werking. Sommige worden geleidelijk ingevoerd over verschillende aanslagjaren, terwijl andere al retroactief uitwerking hebben vanaf 1 januari of 1 april 2026. Wie de impact van de hervorming correct wil inschatten, gaat dan ook per maatregel na wanneer en hoe die precies van toepassing wordt.
Hogere belastingvrije som en wijzigingen voor gezinnen
De belastingvrije som is het deel van het inkomen waarop geen personenbelasting verschuldigd is. De wet trekt het basisbedrag daarvan stapsgewijs op, van 10.910 EUR naar 15.600 EUR tegen inkomstenjaar 2030 (aanslagjaar 2031). Het geĂŻndexeerde bedrag stijgt in die periode van 4.785 EUR voor aanslagjaar 2027 tot 6.230 EUR voor aanslagjaar 2031.
Vanaf inkomstenjaar 2029 (aanslagjaar 2030) verdwijnt de bijzondere berekeningsschaal die vandaag wordt gebruikt om de belasting op de belastingvrije som te bepalen. Voortaan geldt hetzelfde tarief als voor de gewone basisbelasting, wat de belastingberekening aanzienlijk vereenvoudigt.
Ook de toeslagen op de belastingvrije som voor kinderen ten laste gaan stapsgewijs omhoog: de toeslag voor het eerste kind stijgt van 870 EUR naar 1.162,50 EUR, die voor twee kinderen van 2.240 EUR naar 2.325 EUR, gespreid tussen aanslagjaar 2027 en aanslagjaar 2030. Tegelijk verstrengt de wet de voorwaarden voor bepaalde toeslagen: de bijkomende toeslag voor alleenstaande ouders wordt in principe voorbehouden voor gezinnen waar op 1 januari van het aanslagjaar geen andere volwassenen inwonen, behoudens kinderen en bepaalde familieleden.
Huwelijksquotiënt, pensioenen en vervangingsinkomens
Het huwelijksquotiënt, waarmee een deel van het inkomen van de ene partner wordt toegerekend aan de andere om het gezinsinkomen fiscaal te verlagen, wordt afgebouwd totdat deze op termijn volledig verdwenen zal zijn. Voor niet-gepensioneerden gebeurt dit vanaf aanslagjaar 2027 over vier jaar, voor gepensioneerden over een aanzienlijk langere periode van twintig jaar. Het huwelijksquotiënt wordt vanzelfsprekend dus ook niet langer geïndexeerd.
De belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomens worden aangepast ten belope van het voordeel dat volgt uit de hogere belastingvrije som. De specifieke belastingvermindering voor werkloosheidsuitkeringen wordt geleidelijk afgebouwd, net als de vermindering voor de hogere pensioeninkomens.
Een opvallende nieuwigheid is dat het (equivalent) leefloon voortaan in principe als belastbaar vervangingsinkomen wordt beschouwd. Om te vermijden dat leefloongerechtigden daardoor zwaarder worden belast, voorziet de wet in een specifieke belastingvermindering voor leeflonen en een tijdelijk verhoogd belastingkrediet voor kinderen ten laste voor bepaalde leefloongerechtigden. De concrete impact van deze wijzigingen hangt sterk af van de gezinssituatie en van de aard en omvang van het inkomen.
Overuren en werkbonus
Het aantal vrijwillige overuren dat zonder overwerktoeslag kan worden gepresteerd, wordt permanent opgetrokken tot 360 uur per jaar, waarvan 240 uur wordt vrijgesteld van sociale bijdragen en belastingen. Deze regeling werkt terug tot 1 april 2026 en geldt voor de overuren die vanaf die datum worden gepresteerd, met een uitzondering voor flexi-jobs.
Daarnaast wordt de tijdelijke regeling van 130 fiscaal voordelige overuren met overwerktoeslag (180 uur in bepaalde sectoren) permanent verhoogd naar 180 uur voor alle sectoren, met uitwerking vanaf 1 januari 2026. De fiscale werkbonus, die de laagste lonen ondersteunt, wordt bovendien tweemaal verhoogd: een eerste keer vanaf aanslagjaar 2027 en een tweede keer vanaf aanslagjaar 2029.
Deze fiscale voordelen moeten steeds samen met de arbeidsrechtelijke voorwaarden voor overwerk worden gelezen. Niet elk gepresteerd overuur is automatisch belastingvrij: de arbeidsrechtelijke contingenten en de fiscale grenzen moeten elk afzonderlijk worden gerespecteerd. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de blogpost van het Employment team.Â
Nieuwe maatregelen voor zelfstandigen
Zelfstandigen krijgen met de nieuwe ondernemersaftrek een extra fiscaal duwtje. Deze aftrek bedraagt in principe 10% van de belastbare winsten of baten, met een basisbedrag van 311 EUR als maximum (geĂŻndexeerd voor aanslagjaar 2026: 620 EUR). De aftrek geldt niet voor alle inkomsten: onder meer afzonderlijk belaste inkomsten komen niet in aanmerking. Sommige toelichtingen vermelden een latere verhoging van het basisbedrag tot 415 EUR; het precieze ogenblik waarop die verhoging ingaat, vereist verduidelijking aan de hand van de definitieve wettekst.
Het reële voordeel van de ondernemersaftrek blijft op zich beperkt, maar de maatregel maakt deel uit van een ruimer pakket ter ondersteuning van zelfstandigen. Zo schaft de wet de belastingvermeerdering wegens onvoldoende voorafbetalingen voor zelfstandige natuurlijke personen af, en wijzigt zij de betalingsdata en bonificaties voor voorafbetalingen, zowel voor zelfstandigen als voor vennootschappen.
Auteursrechten en IT-sector
Het fiscaal gunstige auteursrechtenstelsel wordt uitgebreid zodat ook bepaalde computerprogramma’s onder de regeling kunnen vallen. Deze wijziging werkt terug tot 1 januari 2026 en is van toepassing op inkomsten die vanaf die datum worden betaald of toegekend.
Dit betekent niet dat elke vergoeding voor softwareontwikkeling automatisch als auteursrechtelijk inkomen kwalificeert. De bestaande wettelijke voorwaarden van het auteursrechtenstelsel, waaronder de vereiste dat het gaat om een oorspronkelijk werk waarop auteursrechtelijke bescherming rust, blijven onverkort gelden. Voor IT-bedrijven en ontwikkelaars die van deze uitbreiding gebruik willen maken, blijft een individuele beoordeling dan ook noodzakelijk.
Minimale bedrijfsleidersbezoldiging stijgt naar 50.000 EUR
Een van de maatregelen met de grootste praktische impact voor kmo-vennootschappen en managementvennootschappen is de verhoging van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging, van 45.000 EUR naar 50.000 EUR. Dit is de bezoldiging die een vennootschap aan minstens één bedrijfsleider moet toekennen om te kunnen genieten van het verlaagde tarief van 20% in de vennootschapsbelasting op de eerste schijf van 100.000 EUR belastbare winst, in plaats van het gewone tarief van 25%.
Volgens de meest recente commentaren bij de definitieve wettekst geldt de verhoogde drempel vanaf aanslagjaar 2027 (inkomstenjaar 2026), met een jaarlijkse indexering vanaf aanslagjaar 2028. Sommige eerdere toelichtingen bij het wetsontwerp vermeldden nog aanslagjaar 2026. Voor een concreet dossier bevelen wij aan de precieze inwerkingtredingsdatum te bevestigen aan de hand van de definitieve wettekst en de voorbereidende werken.
Het optrekken van de drempel staat niet los van de overige voorwaarden voor het verlaagd tarief: de vennootschap moet ook aan de andere wettelijke voorwaarden voldoen, waaronder de kwalificatie als kleine vennootschap. Ligt het belastbare resultaat van de vennootschap lager dan 50.000 EUR, dan blijft de bestaande overgangsregel gelden: een bezoldiging die minstens gelijk is aan het belastbare resultaat volstaat. Ook de uitzondering voor jonge vennootschappen tijdens hun eerste vier belastbare tijdperken blijft behouden, onder voorbehoud van de bestaande uitsluitingsgronden.
Vennootschappen die hun verloningsbeleid de voorbije jaren rond de grens van 45.000 EUR hebben georganiseerd, doen er goed aan hun positie opnieuw te beoordelen. Wie de nieuwe drempel niet haalt, verliest het voordelige tarief op de volledige eerste schijf van 100.000 EUR, wat aanzienlijk kan doorwegen op het nettoresultaat van de vennootschap.
Beperking van voordelen van alle aard
Naast de hogere bezoldigingsdrempel voert de wet een nieuwe begrenzing in voor forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard, zoals een bedrijfswagen of de kosteloze terbeschikkingstelling van een woning. Dergelijke voordelen mogen niet meer dan 20% uitmaken van de totale bezoldiging die tijdens het belastbare tijdperk wordt toegekend.
In de context van de minimale bedrijfsleidersbezoldiging betekent dit dat, binnen de vereiste 50.000 EUR, forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard voor maximaal 10.000 EUR mogen meetellen; het saldo moet bestaan uit een effectieve, in geld uitgekeerde bezoldiging. Terugbetalingen van kosten eigen aan de werkgever, auteursrechteninkomsten en individuele pensioentoezeggingen worden voor deze berekening niet meegeteld.
Deze 20%-grens lijkt daarnaast ook een ruimere, zelfstandige draagwijdte te hebben als algemene maatregel tegen excessieve forfaitaire voordelen. De precieze verhouding tussen beide toepassingen, en de daaraan verbonden inwerkingtredingsdata, verdient verificatie aan de hand van de definitieve wettekst. Bedrijfsleiders die een aanzienlijk deel van hun vergoeding in natura ontvangen, doen er goed aan hun volledige loonpakket te herbekijken: de verhoging naar 50.000 EUR en de nieuwe 20%-grens moeten samen worden onderzocht.
Andere relevante wijzigingen
De hervorming bevat nog een reeks andere maatregelen die, hoewel minder prominent, voor specifieke doelgroepen relevant kunnen zijn:
- Gepensioneerden die na hun pensionering bijverdienen, worden voor bepaalde bezoldigingen onderworpen aan een afzonderlijk belastingtarief van 33%, in plaats van de progressieve tarieven.
- Voor inkomsten uit het normale beheer van een privévermogen geldt een nieuwe de-minimisdrempel van 972 EUR (basisbedrag; geïndexeerd voor aanslagjaar 2027: 2.000 EUR). Onder die grens geldt een onweerlegbaar vermoeden van normaal beheer; boven de grens moet de administratie het niet-normale karakter van de verrichting nog steeds aantonen.
- Het belastbare percentage van bepaalde onderhoudsuitkeringen die in kapitaal worden uitgekeerd (omzettingsrente), daalt stapsgewijs en bedraagt vanaf 1 januari 2027 nog 50%.
- De bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid, vandaag berekend op het gezinsinkomen, wordt vanaf inkomstenjaar 2028 geĂŻndividualiseerd, met een gehalveerd maximumbedrag.
- Vanaf aanslagjaar 2029 wordt een correctiefactor ingevoerd bij de berekening van de aanvullende gemeentebelasting.
- De leeftijdsgrens voor het gunstige fiscale regime voor jonge professionele sporters daalt van 16 naar 15 jaar.
Voor elk van deze maatregelen loont een individuele beoordeling, zeker wanneer meerdere ervan gecombineerd voorkomen binnen dezelfde gezins- of vennootschapssituatie.
Wat moeten belastingplichtigen en ondernemingen nu doen?
Als afsluiter een praktische checklist:
- Bepaal welke maatregelen van toepassing zijn op uw persoonlijke of professionele situatie.
- Controleer voor elke maatregel het inkomstenjaar en aanslagjaar waarin ze in werking treedt.
- Laat de impact van de hogere belastingvrije som en de gewijzigde gezinsfiscaliteit berekenen.
- Controleer de toepassing van de nieuwe regels voor overuren op uw arbeidsorganisatie.
- Beoordeel of de nieuwe ondernemersaftrek op uw situatie van toepassing kan zijn.
- Analyseer of inkomsten uit software of andere prestaties aan de voorwaarden van het auteursrechtenstelsel voldoen.
- Controleer de cashbezoldiging van de bedrijfsleider ten opzichte van de nieuwe drempel van 50.000 EUR.
- Inventariseer de forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard binnen het loonpakket.
- Laat de optimale verhouding tussen bezoldiging, voordelen, tantièmes en dividenden herberekenen.
- Houd rekening met de jaarlijkse indexering van de relevante bedragen.
- Pas payroll, voorafbetalingen en verloningsbeleid tijdig aan de nieuwe regels aan.
De hervorming van de personenbelasting bevat maatregelen die zowel particulieren als zelfstandigen, werkgevers en bedrijfsleiders kunnen raken. De uiteenlopende data van inwerkingtreding en de samenhang tussen de verschillende maatregelen maken een individuele analyse noodzakelijk.
Mocht u vragen hebben over de onderwerpen die in dit artikel aan bod komen of bij de beoordeling van de concrete impact van de hervorming op uw verloningsstructuur, aarzel dan niet om contact op te nemen met ons Tax team.
***
Deze nieuwsbrief vormt geen juridisch advies of juridisch oordeel. Wij raden u aan een juridisch adviseur van uw keuze te raadplegen alvorens enige actie te ondernemen op basis van de verstrekte informatie.
