De Belgische autofiscaliteit heeft de voorbije jaren een fundamentele koerswijziging ondergaan. Waar het systeem historisch gericht was op een gedeeltelijke fiscalisering van het privégebruik van bedrijfswagens, is vandaag duidelijk gekozen voor een beleidsinstrument ter vergroening van het wagenpark. Deze evolutie vertaalt zich in een steeds strengere fiscale behandeling van voertuigen met een CO₂-uitstoot en een uitgesproken voorkeur voor emissievrije alternatieven.
In deze bijdrage schetsen wij de belangrijkste fiscale regels en aandachtspunten voor ondernemingen en bedrijfsleiders, met bijzondere aandacht voor de impact in 2026 en de jaren daarna.
I. Fiscale aftrekbaarheid van autokosten: vergroening zet door
A. Algemeen kader: artikel 65 WIB 92 – CO₂-gedreven aftrekbeperking
De kosten verbonden aan personenwagens zijn in de vennootschapsbelasting fiscaal aftrekbaar volgens een wettelijk vastgelegde formule, die rechtstreeks gekoppeld is aan de CO₂-uitstoot van het voertuig en het type aandrijving. Het gaat hierbij om een globale aftrekbeperking die van toepassing is op quasi alle autokosten, waaronder:
- afschrijvingen of leasingvergoedingen,
- onderhouds- en herstellingskosten,
- brandstof- of elektriciteitskosten,
- verzekeringen,
- verkeersbelasting en BIV,
- niet-aftrekbare btw.
Financieringskosten (interesten) vormen een belangrijke uitzondering en blijven 100% aftrekbaar.
De basisformule luidt als volgt:
Aftrekpercentage = 120% – (0,5 × CO₂-uitstoot (g/km) × brandstofcoëfficiënt)
De brandstofcoëfficiënt bedraagt:
- 1 voor dieselmotoren,
- 0,95 voor benzine, LPG en hybride voertuigen,
- 0,90 voor aardgaswagens (onder voorwaarden).
Het aldus berekende percentage wordt bovendien begrensd door wettelijke minimum- en maximumdrempels, die afhankelijk zijn van de aanschaffingsdatum van het voertuig.
B. Uitdoofscenario voor fossiele en hybride wagens
Een van de meest ingrijpende hervormingen betreft de geleidelijke afschaffing van de fiscale aftrekbaarheid voor voertuigen met een CO₂-uitstoot groter dan nul.
1. Voertuigen aangeschaft vóór 1 juli 2023
Voor deze voertuigen blijft het klassieke systeem grotendeels behouden, zij het met een beperking van de aftrekbaarheid voor zeer vervuilende wagens.
2. Voertuigen aangeschaft tussen 1 juli 2023 en 31 december 2025
Voor deze categorie geldt een uitdoofscenario, waarbij de aftrekbaarheid jaar na jaar afneemt. Concreet zal de maximale aftrekbaarheid progressief dalen tot uiteindelijk 0% vanaf aanslagjaar 2029. Voor plug-inhybrides worden bovendien de brandstofkosten afzonderlijk geviseerd, met een steeds strengere behandeling.
3. Voertuigen aangeschaft vanaf 1 januari 2026
Voor alle personenwagens met een CO₂-uitstoot groter dan nul die vanaf deze datum worden aangeschaft, geleased of gehuurd, geldt een absolute aftrekbeperking; 0% aftrekbaarheid, zonder overgangsmaatregel.
Van belang is dat de fiscus uitgaat van de datum van bestelling of het sluiten van het lease- of huurcontract, en niet van de datum van levering of eerste inschrijving. Dit kan in de praktijk een doorslaggevend element zijn bij lange leveringstermijnen.
C. Emissievrije voertuigen: blijvende, maar dalende fiscale stimulans
Voor volledig emissievrije voertuigen (zoals elektrische wagens of waterstofwagens) blijft een gunstige fiscale behandeling behouden. Deze aftrekbaarheid is evenwel niet onbeperkt in de tijd:
- 100% aftrek voor voertuigen aangeschaft tot en met 31 december 2026;
- daarna een geleidelijke afbouw (95% in 2027, 90% in 2028, enz.).
De wetgever wil hiermee vermijden dat elektrische wagens permanent een uitzonderingspositie behouden, maar blijft ze op middellange termijn duidelijk bevoordelen ten opzichte van fossiele alternatieven.
II. Btw op bedrijfswagens
A. Structurele beperking tot 50%
Voor personenwagens blijft het recht op btw-aftrek structureel beperkt tot maximaal 50%, ongeacht het werkelijke beroepsgebruik. Ondernemingen kunnen kiezen tussen:
- aftrek op basis van het werkelijk beroepsgebruik,
- een semi-forfaitaire methode,
- een forfaitaire aftrek van 35%.
Welke methode ook wordt gekozen, het plafond van 50% blijft steeds gelden.
Deze beperking geldt niet alleen voor de aankoop of leasing van de wagen, maar ook voor alle ermee samenhangende kosten (brandstof, onderhoud, banden, carwash, parkeerkosten, enz.), volgens het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt.
B. Verkoop van de bedrijfswagen
Wanneer bij de aankoop slechts 50% btw in aftrek werd gebracht, aanvaardt de fiscus dat bij de latere verkoop btw wordt aangerekend op slechts de helft van de verkoopprijs. Dit mechanisme benadert de margeregeling, maar kent eigen technische regels die in de praktijk aandacht vereisen.
III. Voordeel van alle aard (VAA): indexering en referentie-CO₂
Het privégebruik van een bedrijfswagen leidt tot een belastbaar voordeel van alle aard bij de gebruiker (werknemer of bedrijfsleider). Dit voordeel wordt forfaitair berekend op basis van:
- de cataloguswaarde,
- de CO₂-uitstoot,
- een jaarlijks vastgelegde referentie-uitstoot.
Voor inkomstenjaar 2025 bedraagt de referentie-CO₂-uitstoot:
- 59 g/km voor dieselwagens,
- 71 g/km voor benzine- en aardgaswagens.
Elektrische voertuigen vallen onder het wettelijk minimumpercentage van 4%, maar blijven onderworpen aan een absoluut minimumbedrag. Het VAA vormt een belastbare bezoldiging bij de gebruiker, maar is niet onderworpen aan gewone socialezekerheidsbijdragen.
In de vennootschap wordt het voordeel aangerekend als een eigen bijdrage, waardoor het in mindering komt van de verworpen autokosten. Tegelijk geldt het VAA als minimale belastbare grondslag, wat maakt dat een volledige neutralisatie fiscaal niet mogelijk is.
IV. RSZ-solidariteitsbijdrage: sterke stijging voor nieuwe wagens
Voor bedrijfswagens die ter beschikking worden gesteld aan werknemers is een maandelijkse CO₂-solidariteitsbijdrage verschuldigd door de werkgever. Voor voertuigen aangeschaft na 1 juli 2023 wordt deze bijdrage stapsgewijs verhoogd, met een aanzienlijke vermenigvuldigingsfactor tegen 2026.
Zelfs voor elektrische voertuigen geldt een (oplopende) minimumbijdrage. Deze solidariteitsbijdrage blijft wel volledig aftrekbaar in de vennootschapsbelasting, maar vormt in cashflow-termen een steeds zwaardere kost.
V. Elektrisch laden en terugbetaling van elektriciteit
De fiscale behandeling van elektriciteit voor het opladen van bedrijfswagens heeft recent belangrijke verduidelijkingen gekregen. De administratie aanvaardt dat de werkgever de elektriciteitskosten voor thuisladen terugbetaalt zonder bijkomend belastbaar voordeel, op voorwaarde dat:
- het verbruik voldoende verifieerbaar is (via laadpaal, wagen of applicatie),
- de terugbetaling gebeurt op basis van een forfaitair tarief per kWh,
- dit tarief het door de CREG gepubliceerde gemiddelde per gewest niet overschrijdt.
Deze regeling geldt ongeacht het type verplaatsing (beroepsmatig, woon-werk of privé) en biedt in de praktijk een werkbaar alternatief voor complexe kostenberekeningen.
VI. Besluit: strategische keuzes dringen zich op
De autofiscaliteit is vandaag geen louter operationeel dossier meer, maar een strategisch beslissingspunt voor ondernemingen. De timing van investeringen, de keuze van aandrijving en de structurering van car policies hebben een directe en steeds grotere fiscale impact.
Wij raden ondernemingen aan om hun wagenpark en mobiliteitsbeleid tijdig te herevalueren, rekening houdend met de komende uitdoofscenario’s en de blijvende bevoordeling van emissievrije alternatieven.
| Aftrekpercentage | Jaar Aanschaf | AJ 21-25 | AJ 26 | AJ 27 | AJ 28 | AJ 29 -…. |
| Fossiele brandstof (inclusief Hybride) | … – 30.06.2023 | Formule (zie hierboven) = 75 – 100 % (of 40% indien CO2 >200g/km) | ||||
| 1.07.2023 – 2025 | Formule (zie boven) = 50 – 100% | Formule (zie boven) = 0 – 75% | Formule (zie boven) = 0 – 50% | Formule (zie boven) = 0 – 25% | 0% | |
| Vanaf 2026 e.v. | / | 0% | 0% | 0% | ||
| Elektrische / Waterstof
EMISSIEVRIJ |
Voor 2026 | 100% | ||||
| Vanaf 2026 | / | 100% | ||||
| Vanaf 2027 | 95% | |||||
| Vanaf 2028 | 90% | |||||
| Vanaf 2029 | 82,5% | |||||
| Vanaf 2030 | 75% | |||||
| Vanaf 2031 | 67,5% | |||||
Heeft u vragen of nood aan ondersteuning? Aarzel dan niet om de auteurs van dit artikel te contacteren : Alexis Ceuterick, Marie-Ysalinne Lannoye of Rik Strauven.
***
Dit artikel vormt geen juridisch advies. Raadpleeg de juridisch adviseur van uw keuze alvorens te handelen op basis van de informatie in dit artikel.
