Raad van State, arresten nrs. 266.735, 266.736 en 266.737 van 20 mei 2026.
Wat is er gebeurd?
In drie gelijkluidende arresten van 20 mei 2026 heeft de Raad van State een duidelijk signaal gegeven: het Belgisch verbod om de term “solden” (of gelijkwaardige benamingen zoals Opruiming, Soldes, Sales of Schlussverkauf) buiten de wettelijke soldenperiodes te gebruiken, is onverenigbaar met het Europees recht en kan niet langer worden gehandhaafd.
De aanleiding
Onder het huidige Wetboek Economisch Recht (art. VI.25 WER) zijn de soldenperiodes wettelijk vastgelegd: van 3 tot 31 januari en van 1 tot 31 juli (met aanpassingen bij zondagen).
Buiten deze periodes is het gebruik van de term “solden” of equivalente benamingen bij wet verboden. Inbreuken worden vastgesteld door de Economische Inspectie (FOD Economie) en kunnen leiden tot administratieve geldboetes.
Drie kledingketens liepen in juni 2023 — de zgn. sperperiode — tegen de lamp. Zij hadden, zowel online als in fysieke winkelpunten, tijdens de sperperiode in juni 2023 vroegtijdig kortingen of acties als een gezamenlijk aanbod aangekondigd onder de noemer “solden”. De Economische Inspectie stelde inbreuken vast, wat uitmondde in geldboetes bij beslissingen van 10 september 2024. De ketens tekenden beroep aan bij de Raad van State.
De redenering van de Raad van State
De kern van het geschil draaide om een al jaren sluimerende vraag: valt het Belgisch soldenverbod binnen de werkingssfeer van de Europese Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken (Richtlijn 2005/29/EG)?
Die richtlijn legt een volledige harmonisatie op: lidstaten mogen geen strengere nationale regels handhaven die handelspraktijken jegens consumenten beperken, tenzij de richtlijn dat uitdrukkelijk toestaat. Een verbod op de aankondiging van solden buiten de solden periode, zoals het Belgische, is er niet in voorzien.
Na eerdere veroordelingen had de Belgische wetgever in 2013 geprobeerd het verbod op vroegtijdige aankondiging van solden buiten het toepassingsgebied van de richtlijn te houden door te benadrukken dat de regeling de bescherming tussen concurrenten (B2B) beoogt — niet de consumentenbescherming (B2C). Die redenering volgt de Raad van State echter niet.
De Raad van State stelt vast dat de Belgische soldenregeling — gelet op haar ontstaansgeschiedenis, algemene context en de bestaande rechtspraak — mede de consument beoogt te beschermen. Zij valt daarmee wél binnen de werkingssfeer van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken.
Het Hof van Cassatie hanteerde dezelfde redenering over de werkingssfeer van de richtlijn in zijn arrest van 16 september 2016 inzake het verbod op verkoop met verlies.
Conform de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dient een nationale bepaling die strijdig is met de richtlijn buiten toepassing te worden gelaten.
Wat betekent dit in de praktijk?
De administratieve boetes werden vernietigd wegens een onwettige rechtsgrond. Meer nog: de Raad van State maakt duidelijk dat de nationale overheden, FOD Economie — en haar Economische Inspectie — inbegrepen, gebonden zijn aan deze redenering vermits zij voortvloeit uit het Europees recht.
Het verbod op de aankondiging van solden buiten de wettelijke soldenperiodes kan bijgevolg niet langer worden gehandhaafd.
Retailers die voortaan buiten januari en juli promoties voeren onder de benaming “solden” kunnen de administratieve sancties of andere klachten op deze gronden betwisten.
Aandachtspunt: de referentieprijsregel blijft gelden
Vrijheid om “solden” aan te kondigen betekent niet dat alle prijsregels van tafel zijn. De referentieprijsregel van artikel VI.18 WER — ingevoerd ter uitvoering van de Omnibus Richtlijn 2019/2161 — blijft onverkort van toepassing.
Bij de aankondiging van een prijsvermindering aan consumenten moet u de referentieprijs vermelden: dit is de laagste prijs die u in de dertig dagen vóór de prijsverlaging heeft gehanteerd.
Enkele uitzonderingen:
- Progressieve kortingen (bv. -10% → -20% → -50%) mogen steeds naar de eerste referentieprijs blijven verwijzen. De Belgische wetgever heeft dergelijke progressieve acties wel begrensd tot een ononderbroken periode van maximaal dertig dagen — een beperking die overigens niet in de Europese richtlijn is voorzien en dus ook juridisch betwistbaar lijkt.
- Voor goederen die minder dan 30 dagen op de markt zijn is de periode voor de referentieprijs 7 dagen.
- Goederen die snel bederven of een beperkte houdbaarheid hebben vallen buiten de regeling.
Conclusie
De arresten van de Raad van State van 20 mei 2026 beëindigen een langlopende rechtsonzekerheid. Het Belgische soldenverbod buiten de wettelijke periodes is aan de kant geschoven op Europeesrechtelijke gronden. Retailers krijgen daarmee meer vrijheid in het plannen en communiceren van promoties — mits zij bij prijsverminderingen de referentieprijsregel correct naleven.
Heeft u vragen over de impact van deze uitspraken op uw promotionele praktijken of wilt u uw huidige communicatie laten screenen? Neem gerust contact met ons op: Eric De Gryse of Michaël De Vroey.
***
Deze nieuwsbrief vormt geen juridisch advies of juridisch standpunt. Raadpleeg een advocaat voordat u actie onderneemt op basis van de verstrekte informatie.
