Op 20 december 2024 richtte de Vlaamse Regering de Gemengde Commissie Vergunningen op, in het kader van haar beleidsprioriteit voor een rechtszeker en robuust vergunningenstelsel.
De commissie bestond uit experten en vertegenwoordigers van de overheid, de academische wereld en de juridische sector. Haar opdracht was om advies uit te brengen met concrete maatregelen voor een actieprogramma van de Vlaamse Regering. Om dit te doen, werd regelmatig overlegd met een brede klankbordgroep uit het middenveld.
Op 30 september 2025 heeft de gemengde commissie haar eindrapport overgemaakt aan de bevoegde ministers. Dit rapport bevat 45 adviezen en 140 concrete aanbevelingen. Daarnaast werd een reactienota opgesteld waarin de klankbordgroep haar standpunt ten aanzien van het eindrapport verduidelijkt.
Op 19 december 2025 zette de Vlaamse Regering de volgende stap: zij keurde een conceptnota goed die de voorstellen van de Gemengde Commissie beleidsmatig en juridisch vertaalt in een Actieprogramma inzake rechtszekere en robuuste vergunningen, dat de basis vormt voor een gefaseerde hervorming van de vergunningsprocedures in Vlaanderen.
1. Overzicht van de belangrijkste en meest ingrijpende voorstellen:
Hieronder wordt een overzicht gegeven van bepaalde voorstellen met een ingrijpende werking:
Advies 17: bijzondere bewijswaarde wetenschappelijke studies van erkende deskundigen
De commissie stelt voorop dat wetenschappelijke studies die verplicht horen bij vergunningsaanvragen (zoals MER, passende beoordeling, hydrologische studies, MOBER) en worden opgesteld door erkende deskundigen, meer juridische waarde moeten krijgen. Deze rapporten worden immers vaak betwist zonder wetenschappelijk onderbouwde tegenargumenten, wat leidt tot vertragingen en rechtsonzekerheid.
Daarom wordt voorgesteld om in het Omgevingsvergunningsdecreet op te nemen dat dergelijke studies een bijzondere bewijswaarde hebben. Betwisting zou vervolgens enkel mogelijk zijn aan de hand van objectieve, controleerbare en onderbouwde gegevens die aantonen dat het rapport manifeste fouten bevat of onvoldoende is om significante milieueffecten uit te sluiten. Dit versterkt de rechtszekerheid en voorkomt ongegronde bezwaren.
⇒ De Vlaamse Regering bevestigt in de conceptnota voormelde principes te verankeren.
Advies 24: “toegang tot de beroepsprocedures (opnieuw) onderwerpen aan redelijke beperkingen”
De commissie stelt vast dat het begrip “betrokken publiek” – zoals bepaald in het Omgevingsvergunningendecreet en het Verdrag van Aarhus – een zeer ruime interpretatie kent. Dit leidt luidens het verslag tot misbruiken zoals strategische procedures, optreden in naam van de hele bevolking en overbelasting van beroepsprocedures. Het recht op toegang tot de rechter blijft belangrijk, maar moet gericht zijn op het vermijden van nefaste gevolgen van de bestreden omgevingsvergunning op het persoonlijke leefmilieu van de verzoekende partij, niet op het sturen van beleid via juridische weg, inzetting als drukmiddel of oneigenlijke instrumentalisering.
De commissie stelt voor om decretaal te verankeren dat:
- enkel belanghebbenden kunnen opkomen voor hun persoonlijk leefmilieu, niet voor het algemeen belang;
- het belang concreet aangetoond moet worden, niet louter “waarschijnlijk” gemaakt;
- louter commerciële belangen uitgesloten worden (om misbruik door concurrenten te voorkomen);
- milieuverenigingen enkel beroep kunnen instellen indien de vergunning rechtstreeks raakt aan een concreet, materieel én grondgebonden, afgebakend statutair doel, en zij een bestaande en duurzame werking hebben (om het optreden van ad hoc-verenigingen te vermijden).
Daarnaast wordt aanbevolen om de Raad voor Vergunningsbetwistingen actiever geldboetes te doen opleggen bij kennelijk onrechtmatige beroepen, bijvoorbeeld wanneer blijkt dat het beroep zuiver bedoeld is om te schaden, financieel gewin na te streven of een concurrent uit de markt te houden.
⇒ In de conceptnota geeft de Vlaamse Regering aan dat het Omgevingsvergunningsdecreet zal worden verduidelijkt en aangescherpt, zodat enkel personen die een concreet, actueel en persoonlijk belang kunnen aantonen nog beroep kunnen instellen. Hiermee wil men voorkomen dat procedures worden misbruikt door partijen die uitsluitend commerciële, strategische of financiële belangen nastreven. Tegelijk wil de Vlaamse Regering op internationaal en Europees niveau het debat openen over hoe de regels rond toegang tot de rechter anno 2025 worden geïnterpreteerd en toegepast door diverse rechtscolleges, met het oog op een eventuele aanpassing, herijking of herinterpretatie van deze regels, zodat ze bijdragen aan een snelle, zorgvuldige en kwalitatieve besluitvorming.
Een inperking van beroepsmogelijkheden is echter niet zonder juridische risico’s, gelet op de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof (o.a. arrest van 17 juni 2021 nr. 92/2021) die het recht op toegang tot de rechter zeer ruim opvat.
Advies 25: Verplichte opgave van daadwerkelijk belang bij elk middel
De commissie stelt voor om het DBRC-decreet in die zin te verscherpen: wie een beroep instelt tegen een omgevingsvergunning moet niet alleen een belang (en dus nadeel) hebben bij de vernietiging van de aangevochten vergunning, maar ook concreet en persoonlijk aantonen dat hij door de ingeroepen onwettigheid wordt benadeeld. Het is aan de verzoeker om dit te onderbouwen, niet aan de overheid of de vergunninghouder om het te weerleggen.
⇒ De Vlaamse Regering heeft in de conceptnota de bedoeling bevestigd om artikel 35 van het DBRC‑decreet aan te passen zodat de ingeroepen benadeling aantoonbaar, concreet en persoonlijk moet zijn, en dat artikel 56 van het Procedurebesluit aan te vullen met de verplichting voor de beroepsindiener om bij elk aangevoerd middel zijn of haar belang te omschrijven. Bij gebreke of afwijzing daarvan zou het middel niet verder behandeld worden.
Daarnaast wordt ook voorgesteld om de uitdrukkelijke rechtsgrond inzake ambtshalve (door de rechter opgeworpen) middelen op te heffen, hoewel “[z]onder afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor de Raad voor Vergunningsbetwistingen om [zelf] de schending aan te voeren van regels die de openbare orde aanbelangen”.
⇒ De Vlaamse Regering heeft bevestigd het tweede lid van artikel 89 van het DBRC-Procedurebesluit op te heffen.
Dit alles moet ook de doorlooptijd van procedures ten goede komen.
Advies 27: Behoeden en verankering van de (bestaande) beleids- en beslissingsruimte van het bestuur bij vergunningsverlening
Het eindverslag stelt voor om de regelgeving bij te sturen ter vrijwaring van de beleidsvrijheid die de overheid toekomt en te bepalen dat in dergelijke gevallen, zoals de beoordeling van risico’s en hinder, de toets aan de goede ruimtelijke ordening of de verenigbaarheid met beleidsdoelstellingen, de Raad voor Vergunningsbetwistingen enkel een terughoudende toetsing mag uitvoeren. De rechter mag niet zelf beoordelen wat volgens hem de beste of meest geschikte oplossing is binnen die beslissingsruimte, maar moet zich beperken tot de vraag of de beslissing steunt op correcte en werkelijk bestaande feiten en of geen enkel ander redelijk handelend bestuur in dezelfde omstandigheden anders zou hebben beslist. Rechterlijk opportuniteitsoordeel is uitgesloten.
Alleen wanneer Europese of internationale bepalingen een meer doorgedreven toetsing vergt, zoals bij passende beoordeling in stikstofdossiers of grondrechten, zou de rechter die strengere toets kunnen toepassen. Het doel is duidelijkheid te scheppen over de toetsingsintensiteit en vermijden dat de rechter het beleidsoordeel van de overheid overneemt.
Naast bovenvermelde punten zijn er nog andere interessante en vermeldenswaardige voorstellen die relevant zijn voor aanvragers:
Advies 1: Meer vooroverleg en begrip van de wederzijdse verwachtingen
De commissie stelt voor om initiatiefnemers het recht te geven op vooroverleg met de vergunningverlenende overheid en relevante adviesinstanties. Dit overleg moet binnen een redelijke termijn plaatsvinden en mag niet geweigerd worden. Het doel is om misverstanden vroegtijdig te vermijden, de rechtszekerheid te vergroten en de vergunningsprocedure te versnellen. Voor complexe projecten kan een afsprakenkader worden vastgelegd tussen aanvrager, adviesverlener en vergunningverlener. Daarnaast moet het technisch mogelijk worden om ontwerpdossiers vooraf via het Omgevingsloket te delen.
⇒ De Vlaamse Regering neemt in haar conceptnota de volgende acties op:
-
- Vooroverleg wordt een niet-weigerbaar recht voor initiatiefnemers;
- Initiatiefnemers kunnen vooroverleg aanvragen met overheid en adviesinstanties, samen of apart;
- Vooroverleg blijft vormvrij voor maatwerk;
- Het Omgevingsloket wordt aangepast om nog niet formeel ingediende dossiers ter beschikking te stellen voor overheden en adviesinstanties;
- De “handreiking vooroverleg” krijgt ruimere ingang bij vergunningsaanvragers en -verleners;
- Ontwerpdossiers kunnen al vóór formele indiening gedeeld worden via het Omgevingsloket.
Advies 4: Herstel in ere van het stedenbouwkundig attest
De commissie adviseert een herwaardering van het stedenbouwkundig attest als instrument om rechtszekerheid en voorspelbaarheid te vergroten voor initiatiefnemers en kandidaat-kopers van een onroerend goed. Het attest geeft een indicatie of een project in redelijkheid kan voldoen aan de stedenbouwkundige voorschriften en blijft momenteel twee jaar geldig. De commissie stelt voor om:
- de bekendheid van het instrument te vergroten;
- de procedure te digitaliseren via het Omgevingsloket;
- een beslissingstermijn (van orde) van 60 dagen in te voeren;
- de geldigheidstermijn te verlengen van twee naar drie jaar.
Dit kan een handig en nuttig instrument zijn om voorspelbaarheid aan te moedigen en teweeg te brengen.
⇒ De Vlaamse Regering heeft in haar conceptnota bevestigd dat zij bovenstaande punten als actie zal ondernemen.
Advies 7: Snelle aanpassing en invoering van de modulaire omgevingsvergunning
De commissie dringt aan op een snelle invoering van het decreet inzake de modulaire omgevingsvergunningsprocedure, mits enkele aanpassingen. Dit decreet maakt komaf met het bindend karakter van het onderzoek naar volledigheid en ontvankelijkheid, waardoor aanvragen niet langer voortijdig kunnen worden stopgezet. In plaats daarvan krijgt de aanvrager de kans om onvolledigheden recht te zetten via een wijzigingslus, terwijl de behandelingstermijn blijft lopen.
Omdat het decreet nog niet in werking is getreden en enkele tekortkomingen bevat, stelt de commissie voor om de regels rond ontvankelijkheid en volledigheid te verfijnen vóór de inwerkingtreding. Meer concreet stelt de commissie voor om een verzoek (van de overheid) tot aanvulling van de aanvraag de opschorting van de procedure tot gevolg te laten hebben, tenzij de aanvrager de aanvraag dan intrekt, ingaat op het verzoek, of laat weten dat hij geen van beiden nodig acht.
⇒ In navolging van dit advies geeft de Vlaamse Regering aan dat prioriteit zal worden gegeven aan de optimalisaties en aan een snelle inwerkingtreding van het modulaire vergunningensysteem, evenals aan de digitaliseringstrajecten die nodig zijn om dit op te vangen.
Advies 13: Integrale maatschappelijke afweging bij vergunningsbeslissingen
De commissie stelt dat bij beslissingen over omgevingsvergunningen niet alleen getoetst moet worden aan de geldende voorschriften, maar ook een brede maatschappelijke afweging moet plaatsvinden. Daarbij moeten alle ruimtelijke, ecologische, economische, sociale en culturele voor- en nadelen worden meegenomen. Hoe groter de maatschappelijke meerwaarde van een project, hoe meer hinder kan worden aanvaard; omgekeerd kan een vergunning worden geweigerd bij een te grote maatschappelijke kost.
Om dit te verankeren, stelt de commissie voor om expliciet in het decreet op te nemen dat de vergunningverlenende overheid – binnen haar discretionaire bevoegdheid – rekening mag houden met de maatschappelijke, economische en sociale meerwaarde van het project. Meer concreet wordt voorgesteld om artikel 4.3.1, §2 VCRO in die zin te wijzigen, hetgeen door de Vlaamse Regering werd goedgekeurd.
2. Wat nu?
De conceptnota structureert het actieprogramma rond vijf thematische pijlers (van voorbereiding, behandeling en rechtspraak tot grondwetsvragen en betere regelgeving) en kondigt een gefaseerde tenuitvoerlegging aan via omzetting in decreten, besluiten en uitvoeringsmaatregelen.
Hoe verloopt het verder?
De Vlaamse Regering richt een stuurgroep op, bestaande uit vertegenwoordigers van de betrokken kabinetten en administraties. Deze stuurgroep moet de voortgang van het volledige actieprogramma bewaken, de strategische koers bepalen en de prioriteiten vastleggen. Daarnaast rapporteert de stuurgroep halfjaarlijks aan de Vlaamse Regering over de stand van zaken bij de uitvoering van het actieprogramma.
Het wordt dus uitkijken naar de komende wijzigingen en verloop daarvan. Wij volgen dit proces op de voet en houden u op de hoogte van de concrete stappen en mogelijke gevolgen voor uw dossiers.
Heeft u vragen of wenst u advies op maat? Neem dan gerust contact op met Renaud van Melsen of Laurine Gillot. We staan u graag bij.
***
Deze nieuwsbrief vormt geen juridisch advies of juridisch standpunt. Raadpleeg een advocaat voordat u actie onderneemt op basis van de verstrekte informatie.